header.home link

Debat: de toekomst van de landbouw

10 juni 2013
Hoe moet de boerderij van de toekomst er volgens Wervel, Boerenbond, BioForum, ABS en een professor landbouweconomie uitzien?

De jongste jaren worden we overstelpt met onheilsberichten over de gevolgen van ons huidig economisch ontwikkelingsmodel. De manier waarop we groeien bedreigt ons eigen voortbestaan. Natuurlijke grondstoffen geraken uitgeput, het klimaat wordt steeds grilliger en beschikbare ruimte wordt een zeldzaamheid. Ons voedselmodel staat hierdoor onder druk. De wereld telt bovendien steeds meer (welvarende) mensen, die allemaal iets lekkers te eten willen. Maar over de vraag hoe de land- en tuinbouw aan die behoefte op een duurzame manier kan voldoen, leeft nogal wat onenigheid.

Veldverkenners vroeg aan Boerenbond, het Algemeen Boerensyndicaat (ABS), BioForum, de Werkgroep voor Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw (Wervel) en professor landbouweconomie Guido Van Huylenbroeck hoe zij de toekomst van de landbouw zien. Wat zij antwoordden, leest u onderaan dit bericht.

Maar eerst - voor de geïnteresseerden - wat meer uitleg over bestaande toekomstmodellen en -ideeën uit de actualiteit: 

Het vraagstuk over de toekomst van de landbouw vormde het centrale thema van de laatste editie van de jongerenwetenschapswedstrijd De Jonge Baekeland. De winnaars van die wedstrijd, een groep leerlingen (ze noemen zichzelf ‘de herkauwers) van het vijfde jaar Industriële Wetenschappen van het Gemeentelijk Technisch Instituut Londerzeel, zien de boerderij van de toekomst als een autonome ‘eco-village’. In die ‘hoevewijken’ wordt land- en tuinbouw op een harmonieuze manier gecombineerd met wonen, economie, ecologie, technologie en gezondheid. De boerderijen produceren voeding, sierplanten, grondstoffen voor alternatieve bouwmaterialen en energie, doen aan waterzuivering en positioneren zich (opnieuw) als het centrum van de lokale economie en samenleving (hoevewinkels, sociale werkplaatsen, kinderboerderij, -opvang, horeca, volkstuinen,…).

De deelnemers van De Jonge Baekeland zijn natuurlijk niet de enigen die al over het onderwerp hebben nagedacht. De laatste decennia werden verschillende toekomstmodellen ontwikkeld, het één model al wat meer sciencefiction dan het andere. Een bekend voorbeeld is dat van de verticale landbouw. Het concept werd in 2001 door professor Dickson Despommier van de Columbia universiteit in New York gelanceerd. Zijn Vertical Farm bestaat uit een hoogbouw-serre, gebouwd op braakliggend terrein in de stad, waarin het complete productieproces van grondstoffen tot gewas, vlees en vis is geconcentreerd. Dit op een energie-efficiënte en milieubewuste manier. De toren zou even productief zijn als 238 hectare landbouwgrond, en dus voldoende voedsel produceren om de nabijgelegen stad te voeden.

Een tweede bekend concept, agroparken, vertrekt vanuit een vergelijkbaar idee: een hoogtechnologische cluster van bedrijven en instellingen die grondstoffen en voedsel produceren, voedsel verwerken, verpakken en transporteren, reststromen en afval verwerken en recycleren, gerelateerde diensten aanbieden (bv handel, parkmanagement, machines bouwen), onderzoek uitvoeren en sociale of maatschappelijke functies vervullen (bv huisvesting, onderwijs). Dat allemaal op een beperkte oppervlakte, maar niet per se in dezelfde wolkenkrabber, en meestal strategisch gelegen aan havens of snelwegen, dicht bij grote steden.

Beide modellen worden vandaag interessant geacht omwille van het idee waaruit ze vertrekken: de integratie van stromen. Weinig mensen uit de praktijk denken echter dat de toekomst van de landbouw er echt zo zal uitzien, als iets dat los staat van het platteland en zelfs los van de grond. Tegenwoordig wordt bovendien meer gesproken over ‘transitie naar een groene economie’, agro-ecologie en stadslandbouw. En sommige van die concepten staan haaks op bepaalde elementen van de vorige modellen.

Agro-ecologisten geloven bijvoorbeeld in schaalverkleining in plaats van -vergroting, en streven naar een zo natuurlijk mogelijke landbouw. Productiviteitsverhoging is daarbij ondergeschikt. Waarom meer produceren (en vervolgens verspillen of overconsumeren) dan de onmiddellijke omgeving nodig heeft? Door juist te produceren wat past binnen de lokale ecologische en sociale grenzen, daalt de omzet van de sector allicht, maar stijgt het inkomen van de boer en wint zowel die boer als het ecosysteem als de maatschappij op lange termijn.

Opnieuw een interessant model dus, met waarschijnlijk net als de agroparken verschillende voor- en nadelen. Maar hoe kijken onze eigen (bio) land- en tuinbouwers tegen hun toekomst aan? Hoe ziet de Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw (Wervel) dit? En hoe ziet de toekomst van de landbouw eruit volgens een landbouweconoom?

Gerelateerde artikels